Over ons....mediatheken in het onderwijs

Leerling in de mediatheek
Hans Olsthoorn en Bart Vervaecke
Werkplekken
Flexhoek

Een gesprek met ‘Mediathecaris van het Jaar’ Bart Vervaecke en locatiedirecteur Veenseweg Hans Olsthoorn van het Maaswaal College in Wijchen over doel en nut van een mediatheek voor het moderne onderwijs.

November 2020 wonnen ze de Nationale Mediatheektrofee. Wat maakt deze mediatheek zo bijzonder en welke rol vervult de mediatheek binnen het onderwijs van deze school?

 

750 m² mediatheek

Aan het uiteinde van een loopbrug ligt de ingang van de nieuwe mediatheek uit 2019. Boven de deur prijken de letters ‘Leerlab’. De naam is bedacht door een leerling. Voordat ik een rondleiding krijg door de ruim opgezette en zeer gevarieerde mediatheek wijst locatiedirecteur Hans Olsthoorn naar een lokaal aan de overkant.

Hans Olsthoorn: “We hadden Mediatheek 1 en Mediatheek 2; twee lokalen. Dáár aan de overkant van de loopbrug was het boekenverhaal en dit gedeelte was eigenlijk een werkruimte waar computers stonden. De nieuwe mediatheek is ontstaan omdat zowel de oude ‘boeken’-mediatheek als de vaste computerruimte volgens ons meerjarig plan toe waren aan onderhoud en vernieuwing.“

Bart Vervaecke: “De vaste pc’s gingen eruit, leerlingen kregen een laptop. We zijn gaan nadenken: wat willen we met die mediatheek? We zijn gaan kijken bij andere mediatheken, bij universiteiten. Daar hebben we lang over gedaan, wel een jaar of twee, drie. Op een gegeven moment zijn we gaan kijken bij het RSG in Sneek (winnaar Nationale Mediatheek Trofee 2017, red.). Toen is het balletje gaan rollen. We hebben die architect uitgenodigd. Dat idee van een studieruimte beviel ons wel. Eigenlijk zouden we alleen Mediatheek 1 gaan verbouwen. Maar de architect zei: ‘Ik heb een ander idee. Wat vinden jullie hiervan?’ En toen kwam hij dus met dit.”

Hans Olsthoorn: “Als je een vleugel hebt waar je mediatheek zit en er liggen lokalen achter, dan kun je zeggen: ‘Heb ik een andere plek waar die lokalen naar toe kunnen?’ Wij hebben geruild met ruimtes. Het heeft anderhalf lokaal gekost om dit te realiseren, meer niet; 750 m² mediatheek door anderhalf lokaal op te offeren.”

Niet alleen maar een mooie huls

Bart Vervaecke: “Hoe willen we zo’n ruimte gaan inrichten? Daar zit natuurlijk een onderwijskundig idee achter.“

Hans Olsthoorn: “Wat is onze kijk op onderwijs? En wat hebben we nodig om dat onderwijs wat we zoeken zo goed mogelijk te ondersteunen? Dat is de aanleiding geweest om dit te gaan bouwen.“

Bart Vervaecke: “We hebben heel lang en heel veel vergaderd met Hans, met de directeur bedrijfsvoering, de ICT-coördinator… Er zijn ook heel veel leerlingen bij betrokken geweest, er zijn enquêtes uitgezet onder leerlingen. Bij projecttijd (5 vwo) hebben leerlingen onderzoek gedaan. We hebben ze ook meegenomen naar andere mediatheken, dan moesten ze interviews houden. Er is dus echt heel uitgebreid over nagedacht hoe we dit zo succesvol mogelijk konden maken. Want het moest natuurlijk wel goed aansluiten. Het moet niet alleen maar een mooie huls zijn, het moest ook wel inhoud hebben. Zó gaat ons onderwijs er in de toekomst uitzien, dan is het handig dat een mediatheek er zús en zo uit gaat zien. We hebben het Leerlab ingedeeld in zones. We wilden een variëteit aan werkplekken aanbieden, aansluitend bij de onderwijsbehoefte.”

 

Hans Olsthoorn: “Maar ook aansluitend bij de persoonlijke behoefte van iedere leerling. Zo hebben we stiltecabines voor individuele leerlingen, maar ook voor duo’s. Bijvoorbeeld voor leerlingen die zeggen: ‘Dan heb ik geen prikkels, kunnen we rustig samenwerken.’”

 

Bart Vervaecke: “Die individuele cabines zijn mega populair. Altijd bezet. Kinderen vinden het ook fijn om zich te kunnen terugtrekken.

We zitten nu met corona en hebben leerlingen die niet thuis kunnen werken. Die leerlingen vragen we: ‘Waar wil je zitten?’ We merken dat iedere leerling anders is. Nu hebben we elke dag hetzelfde publiek, maar normaliter is het zo dat alles hier door elkaar heen krioelt. We hechten eraan dat het voor iedereen toegankelijk is. Het moet ook voor iedereen leuk zijn.”

Lezen is leuk

Het middendeel van de grote ruimte wordt ingenomen door een aantrekkelijke en speelse bibliotheek. De kasten variëren in hoogte. Met krijt staat op de kast de indeling aangegeven. Deze flexibele aanduiding is niet het enige dat variabel is.

 

Bart Vervaecke: “De kasten zijn door de architect ontworpen. Een boekenlandschap, zoals dat zo mooi heet. Je kunt met de planken flexibel zijn. Je kunt ze recht zetten dan heb je een gewone boekopstelling of je kunt ze schuin zetten om te presenteren.”

 

Hans Olsthoorn: “Wat goed is: we hebben een behoorlijke collectie. Er wordt ook veel geleend, zowel Nederlands als moderne vreemde talen. Binnen de school hebben wij heel bewust taalbeleid, maar daarbinnen zijn we echt bezig met beleid voor leesvaardigheid. Dat wordt echt planmatig door de school uitgevoerd omdat we het belangrijk vinden dat leerlingen dat kunnen.

We zien bij nieuwe generaties dat dat afzwakt. Terwijl ze het wel nodig hebben om te kunnen presteren bij toetsen, langere teksten kunnen lezen. Dat willen we heel graag opbouwen. We zijn in de brugklas begonnen - en we gaan het uitbreiden - dat ze elke week een half uur in stilte lezen onder toezicht.”

 

Bart Vervaecke: “Het lezen wordt ingeroosterd tijdens Engelse les, Nederlandse les.”

Hans Olsthoorn: “De docent leest dan ook mee. Ze mogen zelf weten in de brugklas wat ze lezen.”

Bart Vervaecke: “Daarom zie je hier bijvoorbeeld veel exemplaren van De Waanzinnige Boomhut. We zijn een havo/vwo-school. Deze boeken hebben we om te kunnen beginnen met instroomlezen.”

Hans Olsthoorn: “Waar het om gaat - wat we heel bewust doen vanaf de brugklas - is dat we de kinderen weer laten ervaren dat het heel leuk is om te lezen. Dat krijgen we ook terug. Ze waarderen het stilteverhaal, het concentratieverhaal in die klas. Maar ook: ze worden enthousiast over het lezen, gaan daarover praten en hebben met hun docenten daar ook gesprekjes over. Er zitten niet allemaal weer opdrachten aan vast met toetsen of een reflectieverslag schrijven, nee: je wilt echt van jongs af aan in laten slijpen dat het leuk is. En dat je daarmee leert en er ook iets voor terugkrijgt. Dat wordt de komende jaren uitgebreid naar volgende leerjaren. In alle leerjaren willen wij gewoon bewust in de week een leesmoment proberen in te bouwen.”

 

Bart Vervaecke: “Uiteindelijk heb je vaste momenten waarop heel die school leest. Er zijn scholen die dat al doen. Wij zijn er experimenterend mee begonnen. Daarnaast heb je natuurlijk heel veel opdrachten binnen Nederlands en Engels om te lezen. We lenen zo uit mijn blote hoofd 13 tot 14 duizend boeken per jaar uit. Op deze locatie hebben we 1200 leerlingen.

Ik doe nooit moeilijk over boeken. Of je nou een boek van ons leest of een E-book van de openbare bibliotheek, dat interesseert me geen fluit, als je maar leest. Alles voor de literatuur, dat verhaal zeg ik 100 keer op een dag.”

FLexhoek

Langs een grote variëteit aan studie- en leesplekken komen we terecht in een achterste gedeelte: een theaterachtige opstelling met een klein podium en een halfronde houten tribune. De ruimte is afgescheiden van het overige deel van de mediatheek door een fraaie vitrinekast: een glazen wand met objecten.

 

Bart Vervaecke: “Deze ruimte wordt nu de flexhoek genoemd. We hebben een prijsvraag uitgezet onder leerlingen hoe dit moest heten. Ik vind dit zelf een van onze mooiste ruimtes, zo niet de mooiste. Je kunt hier een disco houden, dat wil je niet weten. Heel goed geluid. Hier is akoestisch heel erg over nagedacht. Als je hier staat en je fluistert dan hoor je het daar achterin. Ik gebruik het voor mijn mediatheekinstructies of als ik mensen wil toespreken.”

Hans Olsthoorn: “Hier worden ook presentaties gedaan, kleine toneelstukjes bij klassieke talen, dan hebben we mooie tribunes, toch anders qua opstelling dan in een lokaal naar elkaar kijken.

Docenten mogen hier met grote groepen komen, honderd man kunnen hier met gemak in. Het heeft te maken met onze onderwijsvorm. We zijn hier op school heel erg duidelijk bezig met het diepe differentiëren, met gedifferentieerd onderwijs. En dat doen wij nu steeds meer aan de hand van leerdoelen die leerlingen behalen.

Ze krijgen veel minder vaak te maken met toetsing voor een cijfer. Heb je al je leerdoelen behaald, dan heb je het goed gedaan op jouw niveau. Wat we zien is dat in dat leerdoel-onderwijs leerlingen heel anders gemotiveerd raken. Die staan eigenlijk aan voordat de docent zegt wat ze moeten gaan doen. Want ze weten wat ze moeten doen. Dat zien ze ook allemaal terug in hun elektronische leeromgeving.

 

Wat we hier hebben is die flexibiliteit van onderwijs. Een paar docenten die tegelijkertijd ingeroosterd zijn voor een vak of thema of project kunnen hier met drie klassen van dertig gemakkelijk zitten. Even twintig minuten instructie en vervolgens gaat een deel van de leerlingen met de docent naar het lokaal, een deel gaat in het Leerlab werken met een andere docent. Of een deel werkt voorin in groepen, want daar mag je praten, en een docent loopt rond. Je kunt alle ruimtes hier benutten om dat te doen.

Andersom: een docent zit in een lokaal, heeft een klas voor zich en wil differentiëren. Dan gaat een deel van de leerlingen naar het Leerlab met een opdracht. De combinatie - lokaal en leerlab - betekent dat leerlingen dóór kunnen op hun lijn van werken. Dat is de grote gedachte erachter.”

Bart Vervaecke: “Het belangrijkste wat ik uitstraal is dat het hier geen aula is: het is een werkruimte. Er mag hier gelachen worden, er mag hier gepraat worden, maar je moet hier niet komen zitten met je telefoon en niks doen. Die stilteruimte daar zijn we heel streng in. Ik spreek ook collega’s aan als ze hier niet stil zijn. Iedereen moet snappen wat hier wel en niet mag. Er wordt me weleens gevraagd: ‘Ben je nou politieagent?’ Nul komma nul.

 

Wat je feitelijk doet is meedenken met hun leerproces. Ik stel regelmatig vragen: ‘Waar ben je mee bezig, hoe gaat het ermee?’ Dan help je zo’n leerling op weg. Heel belangrijk hier is sfeer. Ook in architectuur, een glazen wand met mooie vakjes waar je allerlei dingen neer kan zetten, die lamp in de vorm van een cactus, en zo’n chesterfield bank van marktplaats, dat zijn de krenten in de pap voor mij.”

Een omgeving die stimuleert en prikkelt

Hans Olsthoorn: Differentiëren stond al heel lang op het programma, maar de pogingen werden altijd gedaan binnen het klassieke onderwijsmodel, in die lokalen met dertig leerlingen binnen 52 m² en één docent. Die moest maar proberen om aan al die verschillende behoeftes van leerlingen tegemoet te komen. Wat zie je in zo’n model? Er is een soort denkbeeldig gemiddelde voor bijvoorbeeld havo. Maar er zijn leerlingen die zich voor een bepaald vak kapot vervelen en ander gedrag gaan vertonen wat je niet wilt hebben. En er zit ook een groep leerlingen die het heel lastig vinden voor dat vak om het bij te benen en die hebben heel veel vragen.

 

Maar binnen die ouwe setting kom je nauwelijks aan je trekken als leerling. Want binnen die 50 of 60 minuten moet die docent maar alles zien te bedienen. En dan krijg je nog een soort toets die voor ieder hetzelfde is op hetzelfde moment. En dan moet iedereen maar denkbeeldig gezien aan dat gemiddelde voldoen.

Differentiëren binnen de klassen doen we al langer, deden we al langer, maar in alle brugklassen - inclusief gymnasium - gaan we nu werken met leerdoelen en dat betekent: een leerling mag elk vak volgen op het niveau dat-ie aankan. Dus binnen dezelfde klas zitten leerlingen die het vak Engels volgen op havo-niveau, maar ook leerlingen die het volgen op vwo-niveau, ook al zitten ze niet op het vwo. En dan mogen ze ook nog switchen in niveaus in de loop van een paar jaar.”

Bart Vervaecke: “Als hun dag start komen ze hier vaak zitten, en dan zie ik ze al anticiperen op de lessen die komen gaan. Daar zit spielerei bij, maar daar zit ook heel veel werk bij.”

Hans Olsthoorn: “Ze weten heel goed wat ze moeten doen, qua tijdpad, qua criteria, ze weten heel precies: wanneer voldoe ik nu aan de leerdoelen die er behaald moeten worden.

 

En daar heeft zo’n mediatheek dus een heel belangrijke rol in.

Wij willen in onze school inspelen op maximale flexibilisering van ruimtes, dus dat ruimtes op verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Met die visie zijn we dit ook gaan bouwen. Hier zie je die flexibilisering van praten en stilte, alleen en samen in groepen. Het is een omgeving die stimuleert en prikkelt.”

Bart Vervaecke: “Je bent ook gewoon bezig met management. Er lopen hier de hele dag leerlingen rond. Je moet wel sterk in je schoenen staan in zo’n arena. Op de drukste momenten zitten hier soms zo’n twee à driehonderd kinderen door elkaar heen te hatseflatsen. Er moet wel enige discipline zijn. Wat ik zeg, we zijn heel streng met die stilte op de plekken waar dat moet.”

Appeltje-eitje

Bart Vervaecke: “Ik krijg wel eens telefoontjes van collega’s: ‘Mogen wij komen kijken?’ Dan zeg ik: ‘Je mag hier van mij komen kijken wat je wil, maar het heeft alleen zin - als je zelf iets wilt met je mediatheek – als je je leidinggevende meeneemt.’ Neem die gasten mee, want dan zien ze het. Ik heb bij alle bezoekjes die wij deden afdelingsleiders meegenomen, de directeur bedrijfsvoering of docenten.

Dat vind ik wel het leuke van ons vak dat je allerlei invullingen eraan kunt geven. De kern is informatie geven en werkplekken bieden aan leerlingen. Wat je eromheen bereidt moet vooral passen bij je school. Ik denk dat je het succesvolst bent als mediatheek als je niet te eigengereid bent maar ook naar je school luistert, dat je vraagt aan je directie: ‘Wat wil je nou met deze school?’ Stel je voor: de school wil naar gedifferentieerd leren, dan moeten je leerlingen ergens naar toe. Dan is het toch leuk wanneer je dan een ruimte hebt waarbij je allerlei soorten werkplekken hebt, waar die kinderen in allerlei varianten kunnen werken. En tegelijkertijd kunnen ze die boeken lenen die ik belangrijk vind, je kunt dat leesonderwijs handen en voeten geven.

Je hebt een plek waar je kinderen uit hun gewone doen kunt halen, docenten worden er gelukkig van, jij wordt er gelukkig van. Ik zou zeggen: appeltje-eitje.”

© 2020 by BMO

Voor informatie : info@bmo.nu               KvK 33300584          Disclaimer                      Privacybeleid